Artikel 12
De Autoriteit Financiële Markten stelt vast of de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in artikel 4:10, eerste lid, van de wet buiten twijfel staat op basis van diens voornemens, handelingen en antecedenten.
Artikel 13
De Autoriteit Financiële Markten neemt bij de vaststelling, bedoeld in artikel 12, in ieder geval de volgende antecedenten in aanmerking:
a. de in de onderdelen 1 en 2 van bijlage C genoemde strafrechtelijke antecedenten;
b. de in onderdeel 3 van bijlage C genoemde financiële antecedenten;
c. de in onderdeel 4 van bijlage C genoemde toezichtantecedenten;
d. de in onderdeel 5 van bijlage C genoemde fiscaal bestuursrechtelijke antecedenten; en
e. de in onderdeel 6 van bijlage C genoemde overige antecedenten.
1.
De Autoriteit Financiële Markten verkrijgt inzicht in de in artikel 12 bedoelde voornemens, handelingen en antecedenten op grond van:
a. door betrokkene verstrekte gegevens en inlichtingen;
b. door de Landelijke Officier van Justitie verstrekte politiegegevens;
c. gegevens uit de registratie, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet controle op rechtspersonen;
d. gegevens en inlichtingen, verkregen van de Belastingdienst;
e. gegevens en inlichtingen, verkregen van Nederlandse of buitenlandse overheidsinstanties dan wel van Nederlandse of buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties die belast zijn met het toezicht op financiële markten of op personen die op die markten werkzaam zijn;
f. ambtsberichten van het Openbaar Ministerie;
g. inlichtingen, verkregen van door betrokkenen opgegeven referenties;
h. gegevens uit openbare bronnen;
i. inlichtingen, verkregen van curatoren of bewindvoerders met betrekking tot faillissementen, surseances, schuldsaneringen, bewindvoeringen of noodregelingen waarbij de in artikel 12 bedoelde persoon betrokken is geweest;
j. inlichtingen, verkregen van organisaties van huidige of voormalige beroepsgenoten van betrokkene; of
k. gegevens en inlichtingen, verkregen uit andere bij ministeriële regeling aan te wijzen bronnen.
2.
Indien de gegevens en inlichtingen, verkregen overeenkomstig het eerste lid, de Autoriteit Financiële Markten aanleiding geven tot nader onderzoek, kan de Autoriteit Financiële Markten ook inlichtingen inwinnen en gegevens opvragen bij andere personen of instanties dan genoemd in dat lid. De Autoriteit Financiële Markten stelt de betrokkene in dat geval schriftelijk vooraf in kennis van:
a. de reden van het nadere onderzoek;
b. de personen of instanties bij wie nadere gegevens of inlichtingen zullen worden ingewonnen; en
c. de aard van de nadere gegevens of inlichtingen.
1.
De betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in artikel 12 staat niet buiten twijfel indien:
a. deze onherroepelijk veroordeeld is terzake van een misdrijf, genoemd in onderdeel 1 van bijlage C , waarbij sinds het onherroepelijk worden van de uitspraak minder dan acht jaren zijn verstreken;
b. deze veroordeeld is terzake van een misdrijf, genoemd in onderdeel 1 van bijlage C , waarbij de uitspraak nog niet onherroepelijk is of waarbij sinds het onherroepelijk worden van de uitspraak acht of meer jaren zijn verstreken;
c. deze veroordeeld is terzake van een overtreding van artikel 69 van de Algemene wet inzake de rijksbelastingen of artikel 65 van de Invorderingswet 1990, waarbij betrokkene veroordeeld is tot een gevangenisstraf of boete; of
d. deze een vergrijpboete van meer dan € 62.500 opgelegd heeft gekregen terzake van een feit, genoemd in onderdeel 5 van bijlage C , en het besluit waarbij de vergrijpboete is opgelegd onherroepelijk is geworden of waarbij ten minste de rechter in eerste aanleg uitspraak heeft gedaan.
2.
De Autoriteit Financiële Markten kan op grond van de omstandigheden of belangen, genoemd in artikel 16, afwijken van het eerste lid, ten aanzien van de onderdelen b, c en d.
Artikel 16
De Autoriteit Financiële Markten neemt bij de vaststelling, bedoeld in artikel 12, in aanmerking:
a. het onderlinge verband tussen de aan een antecedent ten grondslag liggende gedraging of gedragingen en de overige omstandigheden van het geval;
b. de belangen die de wet beoogt te beschermen; en
c. de overige belangen van de beheerder, beleggingsmaatschappij, beleggingsonderneming, bewaarder of financiëledienstverlener en de betrokkene.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Vakbekwaamheid van medewerkers
- Hoofdstuk 3. Betrouwbaarheid
+ Hoofdstuk 4. Integere uitoefening van het bedrijf
+ Hoofdstuk 5. Beheerste uitoefening van het bedrijf
+ Hoofdstuk 6. Uitbesteden van werkzaamheden
+ Hoofdstuk 7. Klachtenafhandeling
+ Hoofdstuk 8. Zorgvuldige dienstverlening
+ Hoofdstuk 9. Meldingsplichten
+ Hoofdstuk 10. Aanvullende regels betreffende aanbieden
+ Hoofdstuk 11. Aanvullende regels betreffende bemiddelen
+ Hoofdstuk 12. Aanvullende regels betreffende herverzekeringsbemiddelen
+ Hoofdstuk 12a. Aanvullende regels betreffende afwikkelondernemingen
+ Hoofdstuk 13. Aanvullende regels betreffende optreden als clearinginstelling
+ Hoofdstuk 14. Aanvullende regels betreffende verlenen van beleggingsdiensten en verrichten van beleggingsactiviteiten
+ Hoofdstuk 14a. Premiepensioeninstellingen
+ Hoofdstuk 15. Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht