Besluit van 3 november 1934, tot vaststelling van een algemeenen maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid van artikel 10 van het Wetboek van Burgerlijke Regtsvordering
Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Op de voordracht van Onzen Minister van Justitie van 4 October 1934, 1e Afdeeling C, n°. 848;
Den Raad van State gehoord (advies van 23 October 1934, n°. 27);
Gezien het nader rapport van Onzen voornoemden Minister van 30 October 1934, 1e Afdeeling C, n°. 854;
Hebben goedgevonden en verstaan te bepalen:
art 1
De termijn van dagvaarding, bedoeld in het eerste lid van artikel 10 van het Wetboek van Burgerlijke Regtsvordering, bedraagt:
1°. indien de gedaagde woont in Andorra, België, de Bondsrepubliek Duitsland, Denemarken, Finland, Frankrijk, Griekenland, Groot Brittannië, Ierland, Italië, Joegoslavië, Liechtenstein, Luxemburg, Monaco, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, San Marino, Spanje, IJsland, Zweden of Zwitserland, tenminste één maand;
2°. indien de gedaagde elders in Europa woont, tenminste twee maanden;
3°. indien de gedaagde elders woont, tenminste vier maanden.
De termijnen, genoemd onder 2°. en 3°. van het voorgaand lid, bedragen slechts één maand en twee maanden, indien de eischer een authentiek afschrift van de dagvaarding onderscheidenlijk binnen twee of vier weken na den dag van het exploit door een openbaar ambtenaar in het land van bestemming aan den gedaagde doet uitreiken. De vervulling van deze voorwaarde kan slechts bewezen worden door een ten dienende dage overgelegd authentiek verbaal van den openbaren ambtenaar, waarin deze verklaart een hem door den exploiteerenden deurwaarder toegezonden afschrift der dagvaarding, op diens verzoek, ten door hem vermelden dage aan den gedaagde in persoon of aan diens woonplaats te hebben uitgereikt. De dagvaarding moet melding maken van het door den deurwaarder te doen verzoek.
Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan den Raad van State.
Het Loo, den 3den November 1934
De Minister van Justitie,
Uitgegeven den twaalfden December 1934.
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
art 1
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht