1.
Het is verboden schapen- of geitensperma te winnen, tenzij is voldaan aan het bepaalde bij of krachtens artikel 20.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing op het winnen van schapen- of geitensperma op een vestiging ten behoeve van kunstmatige inseminatie van de op deze vestiging aanwezige schapen of geiten.
1.
Winning van schapen- of geitensperma geschiedt uitsluitend in een spermawincentrum voor schapen of geiten.
2.
Bij ministeriële regeling kunnen regels gesteld worden die betrekking hebben op onder meer:
a. de identificatie en registratie van op het spermawincentrum aanwezig schapen- of geitensperma;
b. de inrichting;
c. de administratie en
d. de bedrijfsvoering van het spermawincentrum;
3.
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat een spermawincentrum voor schapen of geiten dient te beschikken over:
a. een administratie die de tracering van contacten tussen het spermawincentrum met inseminatoren, dierenartsen, vervoerders, handelaren en gebruikers van het sperma inzichtelijk maakt, en
b. een calamiteitenplan.
4.
Bij ministeriële regeling kunnen regels gesteld worden met betrekking tot:
a. het mengen van schapen- of geitensperma afkomstig van verschillende rammen, onderscheidenlijk bokken;
b. het winnen, bewerken en opslaan van schapen- of geitensperma;
c. het ter beschikking stellen van nader te bepalen monsters van op het spermawincentrum aanwezige schapen of geiten en van op het spermawincentrum aanwezig sperma aan een daarbij aan te wijzen instelling;
d. het doorgeven van mutaties in het schapen- of geitenbestand aan de in onderdeel c bedoelde instelling;
e. de in het derde lid genoemde onderwerpen.
Artikel 21 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
Het is verboden schapen- of geitensperma te vervoeren of te verhandelen, tenzij is voldaan aan het bepaalde bij of krachtens de artikelen 22 en 23.
Artikel 22 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
Het schapen- of geitensperma is overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens artikel 20 op een schapen- of geitenspermawincentrum gewonnen, bewerkt en opgeslagen of het is, voor zover het schapen- of geitensperma betreft dat is gewonnen in een buiten Nederland gevestigd spermawincentrum, overeenkomstig de krachtens artikelen 10 en 11 van de wet gestelde regels binnen Nederland gebracht.
1.
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat degenen die schapen- of geitensperma verhandelen of vervoeren dienen te beschikken over:
a. een administratie die de tracering van contacten met een spermawincentrum voor schapen of geiten, inseminatoren, dierenartsen, vervoerders, handelaren en gebruikers van het sperma inzichtelijk maakt, en
b. een calamiteitenplan.
2.
Bij ministeriële regeling kunnen regels gesteld worden met betrekking tot:
a. het mengen van schapen- of geitensperma afkomstig van verschillende rammen, onderscheidenlijk bokken;
b. het bewerken en opslaan van schapen- of geitensperma;
c. de identificatie en registratie van het schapen- of geitensperma;
d. het ter beschikking stellen van nader te bepalen monsters van sperma aan een daarbij aan te wijzen instelling;
e. de in het eerste lid genoemde onderwerpen.
Inhoudsopgave
+ § 1. Algemeen
+ § 2. Eisen met betrekking tot varkenssperma
+ § 3. Eisen met betrekking tot rundersperma
+ § 4. Eisen aan paardenspermawincentra
- § 5. Eisen met betrekking tot sperma van schapen en geiten
+ § 6. Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken