Besluit de Ruytermedaille
Wij Wilhelmina, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz, enz., enz.
Op voordracht van Onzen Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel van 16 maart 1907, nr. 30, Kabinet:
Hebben goedgevonden verstaan:
I
ter gelegenheid van de herdenking van de geboorte vóór driehonderd jaren van Michiel Adriaanszoon de Ruyter, luitentant-admiraal-generaal van Holland en West-Friesland, geboren te Vlissingen den 24sten Maart 1607, een eereteeken in te stellen voor schippers, stuurlieden en verdere leden der bemanning van koopvaardij- en visschersschepen en andere personen, die zich door verdienstelijke daden voor de Nederlandsche scheepvaart hebben onderscheiden;
Ia
Het hierboven genoemde ereteken zal de naam dragen van "de Ruytermedaille".
II
vast te stellen:
a. dat het eereteeken, hetwelk in goud, zilver en brons zal worden geslagen, eene medaille zal zijn met eene middellijn van 24 m.M., welke zal worden gedragen op de linkerborst aan een oranjelint van 22mm;
Het is aan hen, aan wie een "de Ruytermedaille" is toegekend, vergund deze medaille van verkleind model aan het lint te dragen, dan wel het lint alleen te dragen.
Indien alleen het lint wordt gedragen, zal het metaal, waarin de medaille is toegekend, daarop worden aangegeven door een rond plaatje met de letter R van verguld zilver, zilver of brons.
b. dat de medaille aan de voorzijde zal vertoonen het borstbeeld van de Ruyter, met het omschrift van zijn naam, den dag en het jaar van zijne geboorte en het jaar van de herdenking, en aan de achterzijde het wapen van de Ruyter met het omschrift "Koninklijke belooning voor verdienste voor de Nederlandsche Scheepvaart";
III
te bepalen, dat de kosten, uit dit besluit voortvloeiende zullen komen ten laste van het Xde hoofdstuk der Nederlandsche Staatsbegrooting (Departement van Landbouw, Nijverheid en Handel).
Onze Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel is belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk zal worden geplaatst in de Nederlandsche Staatscourant en in afschrift zal worden medegedeeld aan de Algemeene Rekenkamer.
's Gravenhage, den 23sten Maart 1907.
De
Minister
Inhoudsopgave
I
Ia
II
III
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht