3.
Het partnerpensioen en de korting, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden bij een volgend huwelijk van de rechthebbende of een volgende aanmerking als partner in de zin van het pensioenreglement, te rekenen van de eerste dag van de maand, volgend op die waarin dat huwelijk of die aanmerking heeft plaatsgevonden, blijvend nader vastgesteld. Die nadere vaststelling vindt plaats door vermenigvuldiging van het pensioenbedrag met een breuk waarvan de teller, tot een minimum van 20, bestaat uit de voor pensioen geldige diensttijd die de militair op grond van de betrekking waarin zijn invaliditeit met dienstverband is ontstaan op het moment van zijn overlijden krachtens het pensioenreglement kon aanwijzen, en de noemer gelijk is aan 40. Het tijdelijk partnerpensioen vervalt op de bedoelde dag.
Inhoudsopgave
+ Paragraaf . Algemene bepalingen
+ Paragraaf 2. Aanspraken op eigen pensioen
- Paragraaf 3. De aanspraken op nabestaandenpensioen
+ Paragraaf 4. Gemeenschappelijke bepalingen
+ Paragraaf 5. Overgangsbepalingen
+ Paragraaf 6. Andere voorzieningen in verband met de invaliditeit met dienstverband
+ Paragraaf 7. Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken