1.
De pensioenen, tijdelijke pensioenen, verhogingen en toeslagen worden toegekend op aanvraag van de belanghebbende en worden op een jaarbedrag vastgesteld.
2.
De pensioenen, tijdelijke pensioenen, verhogingen en toeslagen gaan in op de dag waarop het recht daarop ontstaat.
3.
In afwijking van het tweede lid gaat een pensioen, een verhoging of een toeslag waarvoor de aanvraag niet tijdig bij Onze Minister is binnengekomen niet eerder in dan een jaar voor de dag van binnenkomst van die aanvraag.
4.
In afwijking van het tweede lid bepaalt Onze Minister de ingangsdatum van een nabestaandenpensioen bij vermissing.
5.
Bij de toepassing van dit artikel wordt uitgegaan van bedragen die overeenkomstig artikel 12 en de daaraan voorafgaande vergelijkbare regels zijn gebracht op het niveau van het moment van toekenning.
Inhoudsopgave
+ Paragraaf . Algemene bepalingen
+ Paragraaf 2. Aanspraken op eigen pensioen
+ Paragraaf 3. De aanspraken op nabestaandenpensioen
- Paragraaf 4. Gemeenschappelijke bepalingen
+ Paragraaf 5. Overgangsbepalingen
+ Paragraaf 6. Andere voorzieningen in verband met de invaliditeit met dienstverband
+ Paragraaf 7. Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken