Besluit van 31 mei 2012, houdende aanwijzing tot ‘verboden plaatsen’
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, van 24 mei 2012, nr. 3112767;
Gelet op de artikelen I en IV van de Wet bescherming staatsgeheimen;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
Als ‘verboden plaats’ in de zin van artikel 1 van de Wet bescherming staatsgeheimen wordt met ingang van 1 juli 2012 aangewezen:
a. het gebouw Binnenhof 17 te ’s-Gravenhage;
b. de ruimte 0.61 van het gebouw Binnenhof 18 te ’s-Gravenhage;
c. de ruimten in de kelder, op de begane grond, de eerste etage, de tweede etage, alsmede op de derde etage de ruimten 3.07b, 3.07c, 3.08b, 3.08c, 3.08d van het gebouw Binnenhof 20 te ’s-Gravenhage;
d. de ruimten in gebruik bij de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten in het gebouw Anna van Saksenlaan 50 te ’s Gravenhage.
Artikel 2
De krachtens artikel 1 aangewezen ‘verboden plaatsen’ worden als zodanig aangegeven op de deuren toegang gevende tot de in artikel 1 genoemde ruimten, vermeldende: ‘Verboden toegang voor onbevoegden - Verboden plaats ingevolge de Wet bescherming staatsgeheimen’.
Artikel 3
Het besluit van 20 februari 2010 (nr. 10.000442) wordt ingetrokken.
Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, is belast met de uitvoering van dit besluit.
’s-Gravenhage, 31 mei 2012
De
Minister-President, Minister
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht