1.
De beroepsmilitair bij wie een bepaalde mate van invaliditeit met dienstverband is vastgesteld heeft uit hoofde van zijn ontslag uit de militaire betrekking waarin die invaliditeit is ontstaan recht op een invaliditeitspensioen.
2.
Het bedrag van het in het eerste lid bedoelde invaliditeitspensioen is gelijk aan zoveel procent van de bij de betreffende militaire betrekking behorende berekeningsgrondslag als de mate van invaliditeit met dienstverband beloopt.
3.
Het in het eerste en tweede lid bedoelde invaliditeitspensioen wordt uitbetaald voor zover het de som van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, verhoogd met de eventuele suppletie krachtens de suppletieregeling en het arbeidsongeschiktheidspensioen van de rechthebbende overschrijdt.
4.
De berekeningsgrondslag voor het invaliditeitspensioen bedraagt niet minder dan € 17 034,25.
5.
Het recht op een invaliditeitspensioen bestaat niet gedurende de periode dat aanspraak bestaat op de Inkomensvoorziening in verband met zorg ingevolge hoofdstuk 5 van het Veteranenbesluit.
Inhoudsopgave
+ Paragraaf 1. Algemene bepalingen
- Paragraaf 2. Aanspraken voor de beroepsmilitair
+ Paragraaf 3. Aanspraken voor de dienstplichtige en reservist
+ Paragraaf 4. Gemeenschappelijke bepalingen
+ Paragraaf 5. Overgangsbepalingen
+ Paragraaf 6. Andere voorzieningen in verband met arbeidsongeschiktheid of invaliditeit
+ Paragraaf 7. Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht