1.
De beroepsmilitair die ter zake van ziekten of gebreken uit zijn militaire betrekking is ontslagen heeft, zolang vanwege die betrekking recht bestaat op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, recht op een arbeidsongeschiktheidspensioen.
2.
Eveneens recht op arbeidsongeschiktheidspensioen heeft de op andere gronden ontslagen beroepsmilitair die binnen een maand na zijn ontslag of in de periode waarin hij recht heeft op een ontslaguitkering alsnog arbeidsongeschikt wordt en aan die arbeidsongeschiktheid recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontleent.
3.
Het arbeidsongeschiktheidspensioen wordt vastgesteld op het bij de mate van arbeidsongeschiktheid behorende percentage van de berekeningsgrondslag. Dat percentage is:
a. indien er sprake is van de onder b bedoelde individuele bijverzekering:
bij een arbeidsongeschiktheid van:
80% of meer: 70%
65 tot 80%: 50,75%
55 tot 65%: 42%
45 tot 55%: 35%
35 tot 45%: 28%
25 tot 35%: 21%
15 tot 25%: 14%
b. indien de rechthebbende als werknemer de keuze heeft gemaakt om af te zien van de individuele bijverzekering tegen de gevolgen van de verlaging van zijn arbeidsongeschiktheidspensioen:
in de periode, bedoeld in artikel 21a van de WAO, de onder a genoemde percentages, en in de periode, bedoeld in artikel 21b van de WAO:
bij een arbeidsongeschiktheid van:
80% of meer: 65%
65 tot 80%: 47,25%
55 tot 65%: 39%
45 tot 55%: 32,5%
35 tot 45%: 26%
25 tot 35%: 19,5%
15 tot 25%: 13%
4.
Een krachtens het derde lid toepasselijk berekeningspercentage van 70 wordt vervangen door een percentage van 75 indien de militair op het tijdstip van ingang van zijn arbeidsongeschiktheidspensioen 55 jaar of ouder is.
5.
Waar sprake is van arbeidsongeschiktheid met dienstverband worden de in het derde en vierde lid bedoelde percentages vervangen door:
bij een arbeidsongeschiktheid van:
80% of meer: 90,02%
65 tot 80%: 73,31%
55 tot 65%: 56,59%
45 tot 55%: 45,01%
35 tot 45%: 34,08%
25 tot 35%: 22,50%
15 tot 25%: 15%
6.
In afwijking van het derde, vierde en vijfde lid en met inachtneming van het zevende lid, wordt het arbeidsongeschiktheidspensioen van de rechthebbende die in een althans voorlopig blijvende toestand van hulpbehoevendheid verkeert, waardoor hij geregeld oppassing en verzorging nodig heeft, bepaald op het bedrag dat nodig is om de arbeidsongeschiktheidsuitkering aan te vullen tot ten hoogste 100% van de, zo nodig op 261 maal het in het eerste lid van artikel 17 van de Wet financiering sociale verzekeringen bedoelde bedrag met betrekking tot een loontijdvak van een dag, berekeningsgrondslag.
7.
Het zesde lid vindt geen toepassing indien de rechthebbende in een inrichting is opgenomen en de kosten van verblijf ten laste van een verzekering inzake ziektekosten komen.
8.
Het arbeidsongeschiktheidspensioen wordt uitbetaald voor zover het de arbeidsongeschiktheidsuitkering van de rechthebbende, verhoogd met diens eventuele suppletie krachtens de suppletieregeling , overschrijdt.
9.
Indien ingevolge de WAO recht bestaat op een zowel aan de militaire als een andere dienstbetrekking te ontlenen uitkering of op een niet rechtstreeks uit de militaire dienstbetrekking voortkomende uitkering waarin de ziekten of gebreken die tot het ontslag als militair hebben geleid een rol of mede een rol spelen, wordt bij de toepassing van de voorgaande leden gerekend met de bij die ziekten of gebreken passende mate van arbeidsongeschiktheid en het bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering dat daar ingevolge die wet aan wordt verbonden.
10.
Indien de ziekten of gebreken die tot het ontslag als militair hebben geleid na een periode van arbeidsgeschiktheid opnieuw tot arbeidsongeschiktheid leiden, die arbeidsongeschiktheid niet leidt tot de toekenning van een nieuwe arbeidsongeschiktheidsuitkering en het recht op de oude arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens het verstrijken van de daarvoor geldende termijnen niet kan herleven, wordt bij de toepassing van de voorgaande leden gerekend met het bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering dat zou zijn toegekend indien die belemmering niet bestond.
11.
Bij de toepassing van dit artikel wordt uitgegaan van de met inachtneming van artikel 44 van de WAO vast te stellen mate van arbeidsongeschiktheid en van het bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering waarop recht bestaat voor de mogelijke vermindering daarvan met andere arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en voor de eventuele toepassing van een administratieve sanctie.
Inhoudsopgave
+ Paragraaf 1. Algemene bepalingen
- Paragraaf 2. Aanspraken voor de beroepsmilitair
+ Paragraaf 3. Aanspraken voor de dienstplichtige en reservist
+ Paragraaf 4. Gemeenschappelijke bepalingen
+ Paragraaf 5. Overgangsbepalingen
+ Paragraaf 6. Andere voorzieningen in verband met arbeidsongeschiktheid of invaliditeit
+ Paragraaf 7. Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht