1.
De dienstplichtige of reservist bij wie een bepaalde mate van arbeidsongeschiktheid met dienstverband is vastgesteld die is ontstaan in het met een ontslag als zodanig beƫindigde tijdvak van zijn werkelijke dienst en die in verband met die beƫindiging in het genot is van een uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen of een daarmee vergelijkbare andere wettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, heeft recht op een verhoging van die uitkering tot een percentage van zijn berekeningsgrondslag van:
bij een mate van arbeidsongeschiktheid van:
80% of meer: 90,02%
65 tot 80%: 73,31%
55 tot 65%: 56,59%
45 tot 55%: 45,01%
35 tot 45%: 34,08%
25 tot 35%: 22,50%
15 tot 25%: 15,00%
2.
De artikelen 4, 5 en 6 zijn op de in het eerste lid bedoelde verhoging van overeenkomstige toepassing.
3.
De in het eerste lid bedoelde verhoging behoort niet tot de inkomsten die ingevolge de kortingsbepalingen van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen of een daarmee vergelijkbare andere wettelijke regeling op een arbeidsongeschiktheidsuitkering kunnen worden gekort.
Inhoudsopgave
+ Paragraaf 1. Algemene bepalingen
+ Paragraaf 2. Aanspraken voor de beroepsmilitair
- Paragraaf 3. Aanspraken voor de dienstplichtige en reservist
+ Paragraaf 4. Gemeenschappelijke bepalingen
+ Paragraaf 5. Overgangsbepalingen
+ Paragraaf 6. Andere voorzieningen in verband met arbeidsongeschiktheid of invaliditeit
+ Paragraaf 7. Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht