1.
Deze afdeling is van toepassing op belastingen naar verkrijgingen krachtens erfrecht of schenking, geheven ten behoeve van een van de landen of een staatkundig onderdeel daarvan.
2.
De bestaande belastingen waarop deze afdeling van toepassing is, zijn:
a. zoveel Nederland betreft:
1°. het recht van successie;
2°. het recht van overgang;
3°. het recht van schenking;
b. zoveel Curaçao en Sint Maarten betreft:
1°. de successiebelasting;
2°. de overgangsbelasting;
c. zoveel Aruba betreft:
1°. de successiebelasting;
2°. de overgangsbelasting.
1.
De verkrijging krachtens erfrecht door het overlijden van of krachtens schenking door een inwoner van een van de landen, mag worden belast in een van de andere landen voor zover zij bestaat uit:
a. binnen dat andere land gelegen of gevestigde - al dan niet tot een onderneming behorende - onroerende goederen in de zin van artikel 4;
b. ander vermogen dat behoort tot een binnen dat andere land aangehouden vaste inrichting; artikel 2, derde lid, blijft buiten toepassing.
2.
De in een verkrijging krachtens erfrecht door het overlijden van of krachtens schenking door een inwoner van een van de landen begrepen schulden - andere dan obligatieschulden - welke verzekerd zijn door hypotheek op onroerende goederen gelegen of gevestigd binnen een van de andere landen, worden in dat andere land in aanmerking genomen als negatieve bestanddelen van de verkrijging.
3.
Andere dan de in het eerste lid bedoelde bestanddelen van een verkrijging mogen worden belast in het land waarvan de overledene of de schenker ten tijde van het overlijden of het doen van de schenking inwoner was.
Artikel 28
Het land van inwoning van de overledene of de schenker kan in een verkrijging krachtens erfrecht of krachtens schenking begrijpen de bestanddelen welke ingevolge artikel 27 mogen worden belast in een van de andere landen met dien verstande, dat op de verschuldigde belasting een vermindering wordt toegepast welke gelijk is aan het bedrag dat tot de ter zake van de verkrijging verschuldigde belasting in dezelfde verhouding staat als het totaal van die bestanddelen staat tot de verkrijging. De vermindering bedraagt niet meer dan het bedrag van de in dat andere land over die bestanddelen verschuldigde belasting.
Artikel 29
Ingeval een inwoner van een van de landen binnen een periode van twaalf maanden voorafgaande aan het doen van een schenking inwoner is geweest van een van de andere landen, kan in dat andere land ter zake van die schenking een aanvullend bedrag aan belasting worden geheven. Dit aanvullend belastingbedrag overschrijdt niet het bedrag dat, zo de schenker ten tijde van de schenking nog inwoner van dat andere land was, in de beide landen te zamen meer zou zijn geheven ter zake van de schenking.
Inhoudsopgave
- Algemene bepaling
+ Hoofdstuk I. Begripsbepalingen
- Hoofdstuk II. Vermijding van dubbele belasting
+ Hoofdstuk III. Wederzijdse bijstand
+ Hoofdstuk IV. Slotbepalingen
Parlement
Documenten bij de totstandkoming van (deze versie van) de wet.

Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht