1.
Alle stukken, gegevens en inlichtingen welke een van de landen ingevolge artikel 36 of artikel 37 ontvangt, worden op dezelfde wijze geheim gehouden als onder de wetgeving van dat land verkregen stukken, gegevens en inlichtingen en worden alleen ter kennis gebracht van personen of autoriteiten (daaronder begrepen rechterlijke instanties en administratiefrechtelijke lichamen) die betrokken zijn bij de vaststelling of invordering van, de tenuitvoerlegging of vervolging ter zake van, of de beslissing in beroepszaken betrekking hebbende op de belastingen die het onderwerp van deze Rijkswet uitmaken. Deze personen of autoriteiten mogen van de inlichtingen alleen voor deze doeleinden gebruik maken. Zij mogen de stukken, gegevens en inlichtingen bekend maken in openbare rechtszittingen of in rechterlijke beslissingen.
2.
In geen geval worden de bepalingen van artikel 36 en artikel 37 aldus uitgelegd dat zij een van de landen de verplichting opleggen:
a. administratieve maatregelen te nemen die in strijd zijn met de wetgeving of de administratieve praktijk van dat of van het andere land;
b. gegevens te verstrekken die niet verkrijgbaar zijn volgens de wetgeving of in de normale gang van de administratieve werkzaamheden van dat of van het andere land;
c. inlichtingen te verstrekken die een handels-, bedrijfs-, nijverheids-, of beroepsgeheim of een fabrieks- of handelswerkwijze zouden onthullen, dan wel inlichtingen waarvan het verstrekken in strijd zou zijn met de openbare orde.
Inhoudsopgave
- Algemene bepaling
+ Hoofdstuk I. Begripsbepalingen
+ Hoofdstuk II. Vermijding van dubbele belasting
- Hoofdstuk III. Wederzijdse bijstand
+ Hoofdstuk IV. Slotbepalingen
Parlement
Documenten bij de totstandkoming van (deze versie van) de wet.

Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht