1.
Met betrekking tot een persoon die in een jaar inwoner is van een van de landen en in een van de daaraan voorafgaande 5 jaren naar de omstandigheden beoordeeld inwoner was van een van de andere landen, vinden de artikelen 11, 12, 13, 15, vierde lid, 20, 24 en 34, tweede lid, eerste volzin, geen toepassing indien die persoon in het eerstbedoelde land op grond van een regeling – daaronder begrepen beleid ter uitvoering van de wet – wordt onderworpen aan een tarief dat, of een grondslag die, aanzienlijk afwijkt van het tarief dat, of de grondslag die, in het algemeen geldt voor inwoners van dat land.
2.
Indien het eerste lid toepassing vindt ten aanzien van een natuurlijke persoon die in de loop van de laatste vijf jaren, al dan niet te zamen met zijn echtgenoot en zijn bloed- en aanverwanten in de rechte linie en in de tweede graad der zijlinie, voor meer dan een vierde gedeelte, en, al dan niet te zamen met zijn echtgenoot, voor meer dan een twintigste gedeelte van het nominaal gestort kapitaal van het lichaam onmiddellijk of middellijk aandeelhouder is geweest in een lichaam dat inwoner is geweest in een van de andere landen waarop het vorige lid geen toepassing vindt, vindt met betrekking tot dividenden, vermogenswinsten op aandelen, interest en de overige inkomsten ten aanzien van die natuurlijke persoon, artikel 34, tweede lid, eerste volzin, ten aanzien van dat lichaam desalniettemin geen toepassing.
3.
De Ministers van Financiën stellen in onderling overleg vast welke regelingen – beleid ter uitvoering van de wet daaronder begrepen – in hun geheel of voor bepaalde categorieën van inkomen niet onder het eerste lid vallen.
4.
In afwijking in zoverre van de voorgaande leden vinden de artikelen 11, 12, 13, 20 en 24 geen toepassing ten aanzien van een natuurlijke persoon die inwoner is van een van de landen en in een van de voorafgaande jaren inwoner is geweest van een van de andere landen en als aandeelhouder als bedoeld in het tweede lid, inkomen geniet uit een vennootschap die geen onderneming in materiële zin drijft voor zover dat inkomen uit die vennootschap meer bedraagt dan eenmaal de belastbare winst – winst behaald met het staken van een voordien gedreven materiële onderneming daarbij niet meegerekend – die de vennootschap geniet in het jaar voorafgaande aan dat waarin dat inkomen wordt genoten, of, zo dat meer is, 10% van de waarde in het economische verkeer van de bezittingen minus de schulden van de vennootschap aan het einde van dat voorafgaande kalenderjaar. Indien de in de vorige volzin bedoelde vennootschap de feitelijke leiding heeft verplaatst naar het andere land wordt in afwijking in zoverre van artikel 34, tweede lid, eerste volzin, de woonplaats van die vennootschap uitsluitend voor de belastingheffing van de genoemde aandeelhouder bepaald volgens de wetgeving van het land waarvan de bedoelde aandeelhouder in een van de voorgaande jaren inwoner was. De eerste volzin is eveneens van toepassing indien de aldaar bedoelde aandeelhouder de aandelen in een vennootschap vervreemdt aan een door hem beheerste vennootschap zonder dat daarbij het belang bij de onderneming van de vennootschap verloren gaat.
5.
a. Ingeval het eerste, tweede of vierde lid, toepassing vindt, staat het land waarvan de persoon in een van de daaraan voorafgaande jaren inwoner was op zijn belasting over die inkomsten of winst een aftrek toe. Het bedrag van die aftrek is gelijk aan de belasting die is betaald in het andere land over de genoemde inkomsten of winst, maar bedraagt in geen geval meer dan dat deel van de inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting of winstbelasting, zoals berekend voor de aftrek is toegestaan, dat toerekenbaar is aan de genoemde inkomsten of winst.
b. In afwijking in zoverre van onderdeel a , staat het land waarvan de persoon in een van de daaraan voorafgaande jaren inwoner was na een periode van vijf jaren nadat de in dat lid bedoelde aandeelhouder inwoner is geworden van het in dat lid eerstgenoemde land, op zijn belasting over die inkomsten een aftrek toe ter grootte van de in dat land daarover verschuldigde belasting verminderd met 50% van de belasting die in het andere land over die inkomsten is berekend voor een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting wordt verleend. In het in het vierde lid eerstgenoemde land wordt vervolgens de belasting die toerekenbaar is aan die inkomsten alvorens een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting wordt verleend, verminderd met de in het andere land verschuldigde belasting.
Het bepaalde in dit onderdeel vindt alleen toepassing indien die natuurlijke persoon na die vijf jaren in het in het vierde lid eerstbedoelde land ter zake van dat inkomen op grond van een regeling – daaronder begrepen beleid ter uitvoering van de wet – wordt onderworpen aan een tarief dat, of een grondslag die, niet in belangrijke mate afwijkt van het tarief dat, of de grondslag die, in het algemeen geldt voor inwoners van dat land en het tarief ter zake van dat inkomen niet meer dan 10 punten afwijkt van het tarief dat over dat inkomen geldt in het land waarvan de genoemde aandeelhouder oorspronkelijk inwoner was.
c. De bevoegde autoriteiten van het land waarvan de persoon inwoner is geworden, stellen de bevoegde autoriteiten van het land waarvan de persoon in een van de voorgaande jaren inwoner is geweest op de hoogte van het deel van het betaalde bedrag aan belasting dat toerekenbaar is aan de inkomsten die worden genoten uit bronnen in het eerstbedoelde land als bedoeld in de onderdelen a en b .
d. De toepassing van dit artikel zal met betrekking tot lichamen op geen enkele wijze enige uitsluiting, vrijstelling, aftrek, verrekening of andere tegemoetkomingen ter voorkoming van dubbele belasting beperken, nu dan wel later toegestaan onder de wetgeving van de landen.
6.
Onverminderd het bepaalde in artikel 37 stellen de bevoegde autoriteiten elkaar op de hoogte van de namen, adressen en geboortedata van de personen die op grond van een regeling – daaronder begrepen beleid ter uitvoering van de wet – in dat land worden onderworpen aan een tarief dat, of een grondslag die, aanzienlijk afwijkt van het tarief dat, of de grondslag die, in het algemeen geldt voor inwoners van dat land, indien die personen in een van de daaraan voorafgaande jaren naar de omstandigheden beoordeeld inwoner zijn geweest van een van de andere landen van het Koninkrijk. De bevoegde autoriteiten stellen elkaar tevens op de hoogte van de namen en geboortedata van personen die inwoner zijn geweest van dat land en hebben aangegeven inwoner te zijn of te worden van een van de andere landen.
7.
Artikel 34, tweede lid, eerste volzin, vindt geen toepassing ter zake van een rechtspersoon die in een jaar inwoner stelt te zijn van een van de landen en aldaar op grond van een regeling – daaronder begrepen beleid ter uitvoering van de wet – wordt onderworpen aan een tarief dat, of een grondslag die, in aanzienlijke mate afwijkt van het tarief dat, of de grondslag die, in het algemeen geldt voor andere rechtspersonen van dat land en die in het voorafgaande jaar naar de omstandigheden beoordeeld inwoner was van een van de andere landen, tenzij wordt aangetoond dat de plaats van zijn werkelijke leiding in het eerstbedoelde land is gevestigd.
Inhoudsopgave
- Algemene bepaling
+ Hoofdstuk I. Begripsbepalingen
- Hoofdstuk II. Vermijding van dubbele belasting
+ Hoofdstuk III. Wederzijdse bijstand
+ Hoofdstuk IV. Slotbepalingen
Parlement
Documenten bij de totstandkoming van (deze versie van) de wet.

Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht