1.
In afwijking van artikel 5 mag winst uit onderneming behaald met het vervoer te water of door de lucht van personen of goederen tussen plaatsen binnen een van de landen en plaatsen buiten dat land, dan wel tussen plaatsen buiten de landen, worden belast in het land waarbinnen de werkelijke leiding van de onderneming is gevestigd. Waar de werkelijke leiding is gevestigd wordt naar de omstandigheden beoordeeld. De aan boord van een schip of luchtvaartuig gevestigde leiding wordt beschouwd als te zijn gevestigd binnen het land van de thuishaven.
2.
De wetgever van elk van de landen kan bepalen, dat het eerste lid tussen dat land en beide of een van de andere landen buiten werking treedt, hetzij geheel, hetzij slechts voor zover betreft de winst uit onderneming behaald met vervoer te water, dan wel de winst uit onderneming behaald met vervoer door de lucht. De daartoe strekkende wettelijke regeling treedt niet in werking vóór de aanvang van het tweede kalenderjaar volgend op dat waarin de regeling is afgekondigd.
3.
Indien van de in het tweede lid bedoelde bevoegdheid gebruik wordt gemaakt, geldt tussen de betrokken landen, dat van het tijdstip af waarop het eerste lid buiten werking treedt, de eerste afdeling van hoofdstuk II niet van toepassing is op de winst waarop de wettelijke regeling van het tweede lid betrekking heeft.
4.
Een wettelijke regeling van een van de landen welke op grond van het tweede lid is getroffen, wordt bekend gemaakt in de andere landen op de in artikel 48, tweede lid, voorgeschreven wijze.
Inhoudsopgave
- Algemene bepaling
+ Hoofdstuk I. Begripsbepalingen
- Hoofdstuk II. Vermijding van dubbele belasting
+ Hoofdstuk III. Wederzijdse bijstand
+ Hoofdstuk IV. Slotbepalingen
Parlement
Documenten bij de totstandkoming van (deze versie van) de wet.

Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht