1.
Voor zoveel nodig in afwijking van artikel 15 mogen inkomsten genoten uit het verrichten van niet-zelfstandige arbeid, welke worden betaald ten laste van een van de landen, worden belast in dat land.
2.
Met de in het eerste lid bedoelde inkomsten betaald ten laste van een van de landen worden gelijkgesteld inkomsten betaald ten laste van een publiekrechtelijke rechtspersoon van dat land en inkomsten betaald ten laste van een fonds van dat land of van die rechtspersoon.
3.
Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing ten aanzien van:
a. inkomsten genoten uit het verrichten van niet-zelfstandige arbeid ten behoeve van een onderneming;
b. inkomsten genoten uit het verrichten van niet-zelfstandige arbeid door plaatselijk aangeworven werkkrachten of daarmede gelijk te stellen personen, voor zover zulks te hunnen aanzien door de Ministers van Financiƫn van de betrokken landen gezamenlijk is bepaald.
4.
Voor de toepassing van dit artikel worden onder "inkomsten genoten uit het verrichten van niet-zelfstandige arbeid" mede begrepen pensioenen en soortgelijke inkomsten genoten ter zake van vroeger verrichte niet-zelfstandige arbeid.
Inhoudsopgave
- Algemene bepaling
+ Hoofdstuk I. Begripsbepalingen
- Hoofdstuk II. Vermijding van dubbele belasting
+ Hoofdstuk III. Wederzijdse bijstand
+ Hoofdstuk IV. Slotbepalingen
Parlement
Documenten bij de totstandkoming van (deze versie van) de wet.

Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht