2.
In afwijking van het eerste lid mogen inkomsten genoten door een inwoner van een van de landen uit het verrichten van niet-zelfstandige arbeid binnen een van de andere landen worden belast in het land van inwoning, indien
a. hij gedurende niet meer dan 183 dagen binnen een tijdvak van twaalf maanden verblijft in het land waarbinnen de arbeid wordt verricht, en
b. de inkomsten niet worden betaald ten laste van een inwoner van dat land of ten laste van de winst welke is toe te rekenen aan een binnen dat land aangehouden vaste inrichting.
Inhoudsopgave
- Algemene bepaling
+ Hoofdstuk I. Begripsbepalingen
- Hoofdstuk II. Vermijding van dubbele belasting
+ Hoofdstuk III. Wederzijdse bijstand
+ Hoofdstuk IV. Slotbepalingen
Parlement
Documenten bij de totstandkoming van (deze versie van) de wet.

Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht