1.
Arbeid waarbij consumentenvuurwerk, professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Vuurwerkbesluit tot ontbranding worden gebracht, ten behoeve daarvan ter plaatse worden opgebouwd, geïnstalleerd, gemonteerd, geassembleerd, dan wel na ontbranding verwijderd, wordt verricht volgens een aanvulling op de risico-inventarisatie en -evaluatie, die een deugdelijke beschrijving bevat van de uit te voeren werkzaamheden, de daaraan verbonden gevaren en de wijze waarop deze gevaren zoveel mogelijk voorkomen of beperkt zullen worden.
2.
De arbeid, bedoeld in het eerste lid, alsmede arbeid bestaande uit het bewerken van consumentenvuurwerk, professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik in een inrichting als bedoeld in artikel 3.2.1 of 3A.2.1 van het Vuurwerkbesluit, wordt verricht door of onder voortdurend toezicht van een persoon, die in het bezit is van een certificaat van vakbekwaamheid consumentenvuurwerk, professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik dat is afgegeven door Onze Minister of een certificerende instelling.
3.
De in het eerste lid bedoelde aanvulling op de risico-inventarisatie en -evaluatie en het in het tweede lid bedoelde certificaat van vakbekwaamheid, of een afschrift daarvan, zijn op de arbeidsplaats aanwezig en worden desgevraagd getoond aan de toezichthouder.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Definities en toepassingsgebied
+ Hoofdstuk 2. Arbozorg en organisatie van de arbeid
+ Hoofdstuk 3. Inrichting arbeidsplaatsen
- Hoofdstuk 4. Gevaarlijke stoffen en biologische agentia
+ Hoofdstuk 5. Fysieke belasting
+ Hoofdstuk 6. Fysische factoren
+ Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden
+ Hoofdstuk 8. Persoonlijke beschermingsmiddelen en veiligheids- en gezondheidssignalering
+ Hoofdstuk 9. Verplichtingen, strafbare feiten, overtredingen, bestuursrechtelijke bepalingen en overgangs- en slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht