1.
Voor de ambtenaar die de in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet bedoelde leeftijd heeft bereikt en die is aangesteld in tijdelijke dienst wordt bij voorschriften of regels op grond van artikel 125, eerste en tweede lid, van de Ambtenarenwet en van artikel 47, eerste lid, van de Politiewet 2012 bepaald dat die aanstelling als een aanstelling in vaste dienst geldt vanaf de dag waarop:
a. de door hetzelfde bevoegd gezag verleende aanstellingen in tijdelijke dienst elkaar met tussenpozen van niet meer dan zes maanden hebben opgevolgd en een periode van 48 maanden, deze tussenpozen inbegrepen, hebben overschreden;
b. meer dan zes door hetzelfde bevoegd gezag verleende aanstellingen in tijdelijke dienst elkaar hebben opgevolgd met tussenpozen van niet meer dan zes maanden.
Inhoudsopgave
+ Titel I. Algemeene bepalingen
+ Titel II. Beslag, terugvordering, verrekening en korting
+ Titel III. Bepalingen van materieel recht
- Titel IIIa. Bepalingen voor ambtenaren die de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt
+ Titel IV. Overgangs- en slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht