1.
Bevoegd tot het geven van een machtiging tot binnentreden zijn:
a. de advocaat-generaal bij het ressortsparket;
b. de officier van justitie;
c. de hulpofficier van justitie.
2.
Voor zover de wet niet anders bepaalt, is de burgemeester bevoegd tot het geven van een machtiging tot binnentreden in een woning gelegen binnen zijn gemeente voor andere doeleinden dan strafvordering.
3.
Degene die bevoegd is een machtiging te geven, gaat daartoe slechts over, indien het doel waartoe wordt binnengetreden het binnentreden zonder toestemming van de bewoner redelijkerwijs vereist.
Inhoudsopgave
+ § 1. Binnentreden in woningen in het algemeen
- § 2. Binnentreden in woningen zonder toestemming van de bewoner
+ § 3. Betreden van enkele bijzondere plaatsen
+ § 4. Slotbepalingen
Parlement
Documenten bij de totstandkoming van (deze versie van) de wet.

Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht