Artikel 2:1
Ten einde de goede werking van de douanewetgeving te waarborgen, kunnen bij regeling van Onze Minister van Financiƫn bepalingen worden vastgesteld met betrekking tot:
a. de formaliteiten voorafgaand aan en aangaande het binnenbrengen in en het verlaten van het douanegebied van schepen en luchtvaartuigen en de aan boord van deze schepen en luchtvaartuigen aanwezige goederen;
b. douanekantoren;
c. toeristisch en reizigersverkeer, postverkeer en verkeer van te verwaarlozen economisch belang;
d. goederen en vervoermiddelen als bedoeld in artikel 39 van het Communautair douanewetboek;
e. de summiere aangifte, dan wel vervangende kennisgeving;
f. tijdelijke opslag;
g. de douaneaangifte, mede ten dienste van de statistiek van de in-, uit- en wederuitvoer;
h. onderzoek van goederen en monsterneming;
i. identificatiemaatregelen, middelen daaronder begrepen;
j. zekerheid;
k. de voorwaarden die gelden bij de overdracht van rechten en verplichtingen van het subject van een economische douaneregeling dan wel de entreposeur;
l. vereenvoudigde procedures inzake communautair douanevervoer;
m. het in kennis stellen van de inspecteur voorafgaand aan de wederuitvoer dan wel de vernietiging van goederen.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
- Hoofdstuk 2. Bepalingen die op de in het douanegebied van de Unie binnengebrachte goederen van toepassing zijn tot deze een douanebestemming hebben gekregen
+ Hoofdstuk 3. Verboden en beperkingen
+ Hoofdstuk 4. Vrije zones en vrije entrepots
+ Hoofdstuk 5. Goederen die het douanegebied van de Unie verlaten
+ Hoofdstuk 6. De begunstigde verrichtingen
+ Hoofdstuk 7. Douaneschuld
+ Hoofdstuk 8. Beroep in een eerste fase (bezwaar) en beroep in een tweede fase (beroep)
+ Hoofdstuk 9. Bestuurlijke boeten
+ Hoofdstuk 10. Strafrechtelijke bepalingen
+ Hoofdstuk 11. Algemene bepalingen van strafvordering
+ Hoofdstuk 12. Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht