Aanwijzing van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 12 juli 2011, nr. MC-U-3072372, op grond van artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidszorg, inzake normatieve huisvestingscomponenten in tarieven intramurale AWBZ
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Gelet op artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidszorg;
Na op 1 juni 2011 schriftelijk mededeling te hebben gedaan aan de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken II 2010/11, 30 597, nr. 187) als bedoeld in artikel 8 van de Wet marktordening gezondheidszorg;
Gelet op het algemeen overleg over de GGZ met de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport van de Tweede Kamer der Staten-Generaal op 30 juni 2011 en het plenaire debat op 30 juni 2011 naar aanleiding van het verslag van dat overleg;
Gelet op de brief van de staatssecretaris van 1 juli 2011 (DLZ-U-3071383) ten behoeve van het verslag van het schriftelijk overleg met de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport van de Eerste Kamer der Staten-Generaal en het daaropvolgende mondeling overleg met die commissie op 5 juli 2011;
Besluit:
Artikel 1. definities
In deze aanwijzing wordt verstaan onder:
a. de zorgautoriteit: de Nederlandse Zorgautoriteit, genoemd in artikel 3 van de Wet marktordening gezondheidszorg;
b. de AWBZ: de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten ;
c. zzp: zorgzwaartepakket;
d. nhc: normatieve huisvestingscomponent in verband met de huisvesting van cliënten, alsmede overige ruimtes van een zorginstelling;
e. instelling: een zorginstelling die is toegelaten in de zin van de Wet toelating zorginstellingen ;
f. bestaande instelling: een instelling die vóór 1 januari 2012 is toegelaten in de zin van de Wet toelating zorginstellingen én sindsdien feitelijk zorg levert ten laste van de AWBZ én voor die datum een budget kapitaallasten heeft toegekend gekregen door de zorgautoriteit;
g. AWBZ-instelling: een instelling die zorg of diensten levert als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a;
h. GGZ-instelling: een instelling die zorg of diensten levert als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b of c;
i. kinderdagcentrum: een instelling die zorg of diensten levert als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder c;
j. invoeringsperiode: de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2017.
1.
Deze aanwijzing heeft betrekking op huisvestingskosten ten behoeve van het verlenen van:
a. zorg of diensten als omschreven bij of krachtens de AWBZ , geleverd door instellingen die ten minste de functie verblijf leveren, niet zijnde instellingen als bedoeld in onderdeel b;
b. zorg of diensten op het gebied van de geestelijke gezondheidszorg als omschreven bij of krachtens de AWBZ of de Zorgverzekeringswet , geleverd door instellingen die de functie verblijf en medisch specialistische zorg zoals psychiaters die plegen te bieden;
c. forensische zorg als bedoeld in het Interimbesluit forensische zorg (Stb. 2010, 875) voor zover gepaard gaande met verblijf;
d. begeleiding of behandeling als omschreven bij of krachtens de AWBZ aan kinderen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, geleverd door instellingen.
2.
De zorgautoriteit stelt ter uitvoering van deze aanwijzing waar nodig regels en beleidsregels vast.
Artikel 3. budgettaire neutraliteit
De uitvoering van deze aanwijzing gebeurt budgettair neutraal.
1.
De zorgautoriteit stelt met ingang van 1 januari 2012 prestatiebeschrijvingen en bijbehorende beleidsregelwaarden voor de tariefvaststelling voor alle per die datum vigerende zzp's zodanig vast dat deze tevens een afzonderlijk zichtbare nhc omvatten volgens het principe van de modulaire opbouw.
2.
Met betrekking tot de nhc's gelden gedurende de invoeringsperiode de volgende tariefsoorten:
a. voor bestaande AWBZ-instellingen: een vast tarief als bedoeld in artikel 57, vierde lid, onder a, van de Wet marktordening gezondheidszorg;
b. voor overige AWBZ-instellingen: een maximumtarief als bedoeld in artikel 57, vierde lid, onder b, van de Wet marktordening gezondheidszorg.
Artikel 5. opbouw nhc's, elementen met vaste waarde
Bij de opbouw van de nhc's hanteert de zorgautoriteit voor onderstaande elementen de volgende vaste waarden:
a. investeringspatroon: dertig jaar zonder tussentijdse renovatie;
b. jaarlijkse instandhouding: op jaarbasis 0,8 procent van de nieuwbouwwaarde;
c. bouwtijd in verband met rente tijdens de bouw: achttien maanden;
d. grond, interimhuisvesting en terreinvoorzieningen gezamenlijk: de gemiddelde grondprijs in Nederland plus tien procent;
e. bezettingspercentage zorginstelling: 97 procent;
f. algemene toeslag: gemiddeld twee procent op de nhc’s voor onderscheidenlijk de verpleging en verzorging, de gehandicaptenzorg en de geestelijke gezondheidszorg.
1.
Wat betreft het element ‘rente’ in de nhc's hanteert de zorgautoriteit een generieke normatieve rente die voor bestaande en nieuwe leningen gelijk is.
2.
Met ingang van 2012 rekent de zorgautoriteit met een rente van vijf procent.
3.
De zorgautoriteit houdt voor de jaren na 2012 in het kader van het algehele onderhoud van de nhc’s als bedoeld in artikel 15 rekening met de renteontwikkelingen. Er vindt niet eerder een rentebijstelling plaats dan nadat de zorgautoriteit het onderhoudsplan als bedoeld in dat artikel heeft vastgesteld.
Artikel 7. afbouw nacalculatie en opbouw risico
De zorgautoriteit voorziet erin dat voor bestaande AWBZ-instellingen wat betreft de kapitaallasten het aandeel nacalculatie in de bekostiging gedurende de invoeringsperiode wordt afgebouwd en bekostiging op basis van nhc's wordt opgebouwd volgens navolgend schema:
Jaar Percentage nacalculatie Percentage nhc's
2011 100 0
2012 90 10
2013 80 20
2014 70 30
2015 50 50
2016 30 70
2017 15 85
2018 0 100
Artikel 8. systeem van nacalculeren
De zorgautoriteit hanteert een nacalculatiesysteem waarin overschrijdingen van zowel zorgkosten als nhc's van een AWBZ-instelling worden geredresseerd.
Artikel 9. compensatieregeling vaste activa
De zorgautoriteit voorziet voor bestaande AWBZ-instellingen in een compensatieregeling met betrekking tot vaste activa waarvan zij economisch eigenaar zijn en welke in de balans van de jaarrekening van de desbetreffende instellingen zijn opgenomen:
a. wat betreft boekwaardes gaat het om:
1. reeds gesloopte panden of te slopen panden, of
2. leegstaande panden onder verrekening van de opbrengst van verkoop of verhuur met de boekwaarde;
b. wat betreft oude plankosten of het verwijderen van asbest gaat het om de daaraan verbonden werkelijke kosten tot een door de zorgautoriteit vast te stellen maximum dat berekend wordt volgens een door haar vast te stellen methode;
c. aan de onder a en b bedoelde situaties dient een vergunning ten grondslag te liggen op grond van de Wet ziekenhuisvoorzieningen , de Wet toelating zorginstellingen , de Tijdelijke verstrekkingenwet maatschappelijke dienstverlening , de Wet op de bejaardenoorden, of de Regeling subsidiëring verzorgingshuizen van het Zorginstituut;
d. voor de vaststelling van de hoogte van de vergoeding hanteert de zorgautoriteit de stand van zaken per ultimo 2011, zoals deze blijkt uit de jaarrekeningen 2011 van de instellingen;
e. de door de zorgautoriteit ter zake vastgestelde vergoeding wordt toegevoegd aan de aanvaardbare kosten in zes gelijke tranches verdeeld over de jaren 2012 tot en met 2017.
Artikel 10. interimvoorzieningen
De zorgautoriteit voorziet erin dat ten aanzien van na 31 december 2012 in gebruik te nemen interimhuisvesting de kosten per vierkante meter aan een maximum worden gebonden, aansluitend bij het referentiekader voor interimhuisvesting in de care van het College bouw zorginstellingen van februari 2007.
Artikel 11. kleinschalig wonen
De zorgautoriteit voorziet erin dat gedurende de invoeringsperiode voor de initiatieven die als kleinschalige woonvoorziening zijn gerealiseerd, met betrekking tot de nhc's en het ingroeitraject hetzelfde regime wordt gehanteerd als voor de niet-kleinschalige voorzieningen.
Artikel 12. zorginfrastructuur
De zorgautoriteit voorziet erin dat kosten voor extramurale zorginfrastructuur tijdens de invoeringsperiode volledig nagecalculeerd worden. Met kosten voor extramurale zorginfrastructuur worden bedoeld kosten van huisvesting voor het ‘halen en brengen’ van AWBZ-zorg buiten de muren van de instelling.
Artikel 13. GGZ-instellingen
De zorgautoriteit voorziet in een adequate bekostigingsregeling voor de huisvestingskosten van GGZ-instellingen overeenkomstig de wijze als voorzien in hoofdstuk 2 van deze aanwijzing, met dien verstande dat de huisvestingskosten met betrekking tot verblijf met behandeling ten laste van de Zorgverzekeringswet in 2012 honderd procent worden nagecalculeerd.
Artikel 14. kinderdagcentra
De zorgautoriteit voorziet in een adequate bekostigingsregeling voor de kapitaalcomponent van de extramurale prestaties van kinderdagcentra overeenkomstig de opbouw van nhc's en het invoeringsregime als bedoeld in de artikelen 4 tot en met 8 van deze aanwijzing.
1.
De zorgautoriteit voorziet uiterlijk 1 januari 2012 in een plan voor het onderhoud van de nhc's waarbij zij in ieder geval aandacht besteedt aan:
a. de wijze waarop veranderingen in (Europese) wet- en regelgeving dienen te worden verwerkt;
b. een geschikte beoordelingsmethode van de renteontwikkelingen, een methode voor de verwerking van die ontwikkelingen en een passend besluitvormingsmodel ter zake;
c. de beoordeling en verwerking van ontwikkelingen in de aanbestedingsresultaten.
2.
De zorgautoriteit overlegt met mij over de inhoud van het plan alvorens dat vast te stellen en daaraan uitvoering te geven.
Artikel 16. monitoring
De zorgautoriteit monitort zorgvuldig de voortgang en de effecten van de maatregelen voortvloeiende uit deze aanwijzing en informeert mij daarover op nader overeen te komen wijze.
Artikel 17. inwerkingtreding en publicatie
Deze aanwijzing treedt terstond in werking en wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.
De
Minister
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemeen
+ Hoofdstuk 2. AWBZ-instellingen
+ Hoofdstuk 3. GGZ-instellingen en kinderdagcentra
+ Hoofdstuk 4. Slot
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht