Let op. Deze wet is vervallen op 2 september 2006. U leest nu de tekst die gold op 1 september 2006.

Aanwijzing ambtenaren als bedoeld in de Luchtvaartwet

Uitgebreide informatie
Aanwijzing ambtenaren als bedoeld in de Luchtvaartwet
De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,
Gelet op artikel 71 onder c, en artikel 73, eerste lid, van de Luchtvaartwet,
Besluit:
Artikel 1
Als personen, die belast zijn met de opsporing van de bij of krachtens de Luchtvaartwet strafbaar gestelde feiten, als bedoeld in artikel 71, onder c, van de Luchtvaartwet, worden aangewezen:
a. de directeur-generaal van de Rijksluchtvaartdienst;
b. de plaatsvervangend directeur-generaal van de Rijksluchtvaartdienst;
c. de directeur Luchtvaartinspectie van de Rijksluchtvaartdienst;
d. de adjunct directeur Luchtvaartinspectie van de Rijksluchtvaartdienst;
e. de directeur Luchtvaartterreinen van de Rijksluchtvaartdienst;
f. de plaatsvervangend directeur Luchtvaartterreinen van de Rijksluchtvaartdienst;
g. nader door mij aan te wijzen personen, uiterlijk voor de duur van hun dienstverband met de Rijksluchtvaartdienst of met de exploitant van een luchtvaartterrein.
Artikel 2
Als ambtenaren, die bevoegd zijn voor het burgerluchtverkeer aangewezen luchtvaartterreinen en de zich daarop bevindende luchtvaartuigen, gebouwen en inrichtingen, alsmede afabrieken, werkplaatsen en aanhorigheden daarvan, naar redelijkerwijze kan worden vermoed, bestemd voor de vervaardiging, het onderhoud of het herstel van luchtvaartuigen of onderdelen daarvan, binnen te treden, ten einde zich te overtuigen of de wettelijke bepalingen ter zake worden nageleefd, als bedoeld in artikel 73, eerste lid, onder a, worden aangewezen:
a. de directeur-generaal van de Rijksluchtvaartdienst;
b. de plaatsvervangend directeur-generaal van de Rijksluchtvaartdienst;
c. de directeur Luchtvaartinspectie van de Rijksluchtvaartdienst;
d. de adjunctdirecteur Luchtvaartinspectie van de Rijksluchtvaartdienst;
e. de directeur Luchtvaartterreinen van de Rijksluchtvaartdienst;
f. de plaatsvervangend directeur Luchtvaartterreinen van de Rijksluchtvaartdienst;
g. nader door mij aan te wijzen personen, uiterlijk voor de duur van hun dienstverband met de Rijksluchtvaartdienst.
Artikel 3
Als personen die bevoegd zijn de opstijging van luchtvaartuigen te verbieden en te beletten, als bedoeld in artikel 73, eerste lid, onder b, worden aangewezen:
a. de directeur-generaal van de Rijksluchtvaartdienst;
b. de plaatsvervangend directeur-generaal van de Rijksluchtvaartdienst;
c. de directeur Luchtvaartinspectie van de Rijksluchtvaartdienst;
d. de adjunct directeur Luchtvaartinspectie van de Rijksluchtvaartdienst;
e. de directeur Luchtvaartterreinen van de Rijksluchtvaartdienst;
f. de plaatsvervangend directeur Luchtvaartterreinen van de Rijksluchtvaartdienst;
g. de ambtenaren van de Douane;
h. de ambtenaren ingedeeld bij de Dienst Luchtvaart van het Korps Rijkspolitie;
i. nader door mij aan te wijzen personen, uiterlijk voor de duur van hun dienstverband met de Rijksluchtvaartdienst of met de exploitant van een luchtvaartterrein.
Artikel 4
Ingetrokken worden:
a. de beschikking van 6 juli 1979, nr. AZ/L 23120, Rijksluchtvaartdienst, zoals die laatstelijk is gewijzigd bij beschikking van 29 november 1979, nr. AZ/L 25637, Rijksluchtvaartdienst;
b. de beschikking van 19 juni 1980, nr. AZ/L 22785, Rijksluchtvaartdienst.
's-Gravenhage, 24 november 1981
De
Staatssecretaris
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht