Aanvullende voorschriften en beperkingen voor het doen van onderzoekingen door verenigingen van radiozendamateurs
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Gelet op artikel 17, lid 6 onder a van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen en op artikel D.1.2. van het Besluit radio-elektrische inrichtingen;
Besluit:
Artikel 1. Algemeen
De machtigingsvoorschriften en beperkingen voor het doen van onderzoekingen door radiozendamateurs zijn van toepassing.
Artikel 2. Definitie
Verenigingsstation:
Amateurstation;RDR:
de Rijksdienst voor Radiocommunicatie van de Hoofddirectie Telecommunicatie en Post van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.
Artikel 3. Verstrekken van gegevens
In aanvulling op het bepaalde in artikel 4 van de machtigingsvoorschriften en beperkingen voor radiozendamateurs dient de machtiginghouder een radiozendamateur van de categorie A of C aan te wijzen die namens de machtiginghouder belast is met het beheer van het Verenigingsstation.
Indien de aangewezen radiozendamateur niet meer is belast met het beheer van het Verenigingsstation, dient de RDR daarvan door de machtiginghouder schriftelijk in kennis te worden gesteld.
1.
In afwijking van het bepaalde in artikel 6, zevende lid punt 1, is de machtiginghouder niet verplicht bij het Verenigingsstation aanwezig te zijn. De machtiginghouder mag het Verenigingsstation doen gebruiken door radiozendamateurs van de categorie A, C en N met toepassing van de voor hen geldende voorschriften en beperkingen.
2.
In aanvulling op het bepaalde in het eerste lid, mag de machtiginghouder het Verenigingsstation tevens doen gebruiken door:
a. radiozendamateurs van de categorie C en N op amateurfrequentiebanden die buiten hun amateurmachtiging vallen.
b. leden van de vereniging in het bezit van een verklaring van de examencommissie voor amateurradiozendexamens waaruit blijkt dat met goed gevolg het examen bedoeld in artikel 3 van het Reglement amateurradiozendexamens is afgelegd en die de vereiste leeftijd voor een amateurmachtiging nog niet hebben bereikt.
c. leden van de vereniging, niet in het bezit van een amateurmachtiging, die zich bekwamen voor het afleggen van de van toepassing zijnde amateurradiozendexamens. Het gebruik dient te geschieden onder direct toezicht van een radiozendamateur met een machtiging van de categorie A voor uitzendingen lager dan 30 MHz en van de categorieën A of C voor uitzendingen hoger dan 30 MHz.
1.
De machtiginghouder is verplicht, telkens wanneer het Verenigingsstation wordt gebruikt, in een niet-losbladig logboek, de navolgende gegevens te vermelden:
a. de datum van uitzending;
b. het tijdstip van het begin en einde van de uitzending;
c. de klasse van uitzending;
d. de gebruikte frequentieband;
e. de roepletters van het tegenstation;
f. de naam en de eventuele roepletters van de gebruiker van het Verenigingsstation met diens handtekening;
g. de naam, roepletters en handtekening van degene(n) belast met het toezicht op het gebruik overeenkomstig artikel 6, veertiende lid;
h. de plaats van uitzending indien het Verenigingsstation niet op het vaste adres wordt gebruikt.
2.
De in het logboek opgenomen gegevens dienen gedurende ten minste 3 jaren na de laatst gedane vermelding te worden bewaard.
Artikel 6
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 1996.
Artikel 7
Deze regeling wordt aangehaald als: aanvullende voorschriften en beperkingen verbonden aan machtigingen voor zendinrichtingen voor het doen van onderzoekingen door verenigingen van radiozendamateurs, met vermelding van het jaartal van de Staatscourant waarin zij zal worden geplaatst.
Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 12 augustus 1996
De
Minister
Inhoudsopgave
Artikel 1. Algemeen
Artikel 2. Definitie
Artikel 3. Verstrekken van gegevens
Artikel 4. Gebruik
Artikel 5. Logboek
Artikel 6
Artikel 7
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht