Aanpassing bedragen landelijke gemiddelde personeelslast (gpl) en bekendmaking van de opslagpercentages Vervangingsfonds ( VF) en Participatiefonds (PF) schooljaar 2001- 2003
De staatssecretaris van onderwijs, cultuur en wetenschappen,
Gelet op: artikel 84b, tweede lid, 85, vijfde lid en artikel 85a, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, juncto de Regeling bekostiging, rechtspositie en samenvoeging leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs alsmede artikel II, vierde en zesde lid, van de Wet van 25 mei 1998 (Stb. 337).
Besluit
Artikel 1. Begripsbepalingen
Voor de toepassing in deze regeling wordt verstaan onder:schoolsoortgroep 1: -
scholen voor mavo, vbo en scholengemeenschappen mavo/vbo, inclusief de afdelingen leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs,-
scholen voor praktijkonderwijs waarop artikel 11 van de Regeling bekostiging, rechtspositie en samenvoeging leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs van toepassing is,-
scholen voor leerwegondersteunend onderwijs als bedoeld in artikel II, tweede lid, van de Wet van 25 mei 1998 (Stb. 337);schoolsoortgroep 2:
scholen voor vwo, havo en scholengemeenschappen vwo/havo;schoolsoortgroep 3:
scholengemeenschappen (vwo/)havo/mavo, inclusief de afdeling leerwegondersteunend onderwijs;schoolsoortgroep 4:
scholengemeenschappen (vwo/)havo/mavo/vbo, inclusief de afdelingen leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs.
1.
Voor de directie bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats voor: schoolsoortgroep 1:
€ 66.418,87schoolsoortgroep 2:
€ 79.271,46schoolsoortgroep 3:
€ 78.425,32schoolsoortgroep 4:
€ 76.179,67
2.
De landelijke gemiddelde personeelslast voor de leraren wordt per school bepaald volgens de formule: cf x ggl +c.
Daarbij is:
cf: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde coëfficiënt.
Deze bedraagt voor:schoolsoortgroep 1:
€ 1.016,83schoolsoortgroep 2:
€ 1.439,78schoolsoortgroep 3:
€ 1.236,11schoolsoortgroep 4:
€ 1.076,60
ggl: de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren als bedoeld in de publicatie van 27 februari 1998, VO/FB/1998/7449 (OCenW-Regelingen 1998, 7) en van 10 augustus 1998, VO/FB/1998/30920 (OCenW-Regelingen 1998, 18), en
c: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde vaste voet.
Deze bedraagt voor:schoolsoortgroep 1:
€ 10.179,94schoolsoortgroep 2:
€ 1.649,88schoolsoortgroep 3:
€ 7.428,16schoolsoortgroep 4:
€ 9.528,20
3.
Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats € 34.823,03, ongeacht de schoolsoortgroep.
1.
Indien een aanvullende bekostiging op grond van artikel 85a, eerste lid, van de WVO wordt verstrekt, zijn voor de vaststelling van de bekostiging de volgende leden van toepassing.
2.
Voor de directieformatie geldt de voor de school in artikel 2, eerste lid, genoemde gemiddelde personeelslast.
3.
Voor de lerarenformatie bedraagt de gemiddelde personeelslast per formatieplaats voor schoolsoortgroep 1:
€ 54.432,04schoolsoortgroep 2:
€ 63.359,17schoolsoortgroep 3:
€ 60.173,11schoolsoortgroep 4:
€ 56.349,49
4.
Voor de formatie onderwijsondersteunend personeel geldt de in artikel 2, derde lid, genoemde gemiddelde personeelslast.
1.
Voor de directie bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats voor: schoolsoortgroep 1:
€ 67.550,81schoolsoortgroep 2:
€ 80.622,45schoolsoortgroep 3:
€ 79.761,88schoolsoortgroep 4:
€ 77.477,96
2.
De landelijke gemiddelde personeelslast voor de leraren wordt per school bepaald volgens de formule: cf x ggl +c.
Daarbij is:
cf: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde coëfficiënt.
Deze bedraagt voor:schoolsoortgroep 1:
€ 1.034,12schoolsoortgroep 2:
€ 1.464,27schoolsoortgroep 3:
€ 1.257,14schoolsoortgroep 4:
€ 1.094,90
ggl: de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren als bedoeld in de publicatie van 27 februari 1998, VO/FB/1998/7449 (OCenW-Regelingen 1998, 7) en van 10 augustus 1998, VO/FB/1998/30920 (OCenW-Regelingen 1998, 18), en
c: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde vaste voet.
Deze bedraagt voor:schoolsoortgroep 1:
€ 10.353,06schoolsoortgroep 2:
€ 1.677,94schoolsoortgroep 3:
€ 7.554,49schoolsoortgroep 4:
€ 9.690,24
3.
Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats € 35.416,51, ongeacht de schoolsoortgroep.
1.
Indien een aanvullende bekostiging op grond van artikel 85a, eerste lid, van de WVO wordt verstrekt, zijn voor de vaststelling van de bekostiging de volgende leden van toepassing.
2.
Voor de directieformatie geldt de voor de school in artikel 4, eerste lid, genoemde gemiddelde personeelslast.
3.
Voor de lerarenformatie bedraagt de gemiddelde personeelslast per formatieplaats voor schoolsoortgroep 1:
€ 55.357,73schoolsoortgroep 2:
€ 64.436,68schoolsoortgroep 3:
€ 61.196,44schoolsoortgroep 4:
€ 57.307,79
4.
Voor de formatie onderwijsondersteunend personeel geldt de in artikel 4, derde lid, genoemde gemiddelde personeelslast.
1.
Voor de directie bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats voor: schoolsoortgroep 1:
€ 67.608,28schoolsoortgroep 2:
€ 80.691,03schoolsoortgroep 3:
€ 79.829,73schoolsoortgroep 4:
€ 77.543,87
2.
De landelijke gemiddelde personeelslast voor de leraren wordt per school bepaald volgens de formule: cf x ggl +c.
Daarbij is:
cf: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde coëfficiënt.
Deze bedraagt voor:schoolsoortgroep 1:
€ 1.041,32schoolsoortgroep 2:
€ 1.473,99schoolsoortgroep 3:
€ 1.268,31schoolsoortgroep 4:
€ 1.103,19
ggl: de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren als bedoeld in de publicatie van 27 februari 1998, VO/FB/1998/7449 (OCenW-Regelingen 1998, 7) en van 10 augustus 1998, VO/FB/1998/30920 (OCenW-Regelingen 1998, 18), en
c: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde vaste voet. Deze bedraagt voor:schoolsoortgroep 1:
€ 10.425,19schoolsoortgroep 2:
€ 1.689,08schoolsoortgroep 3:
€ 7.621,67schoolsoortgroep 4:
€ 9.763,53
3.
Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats € 35.446,63, ongeacht de schoolsoortgroep.
1.
Indien een aanvullende bekostiging op grond van artikel 85a, eerste lid, van de WVO wordt verstrekt, zijn voor de vaststelling van de bekostiging de volgende leden van toepassing.
2.
Voor de directieformatie geldt de voor de school in artikel 6, eerste lid, genoemde gemiddelde personeelslast.
3.
Voor de lerarenformatie bedraagt de gemiddelde personeelslast per formatieplaats voor schoolsoortgroep 1:
€ 55.712,35schoolsoortgroep 2:
€ 64.849,45schoolsoortgroep 3:
€ 61.588,45schoolsoortgroep 4:
€ 57.674,90
4.
Voor de formatie onderwijsondersteunend personeel geldt de in artikel 6, derde lid, genoemde gemiddelde personeelslast.
Artikel 8. Percentage vergoeding kosten voor vervanging perso neel voor het schooljaar 2002-2003
Voor het schooljaar 2002-2003 is het percentage in verband met de kosten van vervanging, bedoeld in artikel 84b van de WVO: 2,12%.
Artikel 9. Percentage vergoeding kosten van werkloosheidsuitke ringen of suppleties inzake arbeidsongeschiktheid voor het schooljaar 2002-2003
Voor het schooljaar 2002-2003 is het percentage in verband met de kosten van werkloosheidsuitkeringen of suppleties inzake arbeidsongeschiktheid, bedoeld in artikel 84b van de WVO: 3,56%.
Artikel 10. Bekendmaking
Deze regeling zal met toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.
Artikel 11. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen waarin deze regeling is bekendgemaakt en werkt wat betreft de artikelen 2 en 3 terug tot en met 1 januari 2002.
De
staatssecretaris
Inhoudsopgave
+ Paragraaf I. Begripsbepalingen
+ Paragraaf II. Vaststelling landelijke gemiddelde personeelslast per 1 januari 2002
+ Paragraaf III. Vaststelling landelijke gemiddelde personeelslast per 1 juli 2002
+ Paragraaf IV. Vaststelling landelijke gemiddelde personeelslast per 1 augustus 2002
+ Paragraaf V. Maatregelen schooljaar 2002-2003
+ Paragraaf VI. Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht